Absenties
0164-672302

Bevorderingsnormen

De overgangsnormen in de onderbouw zijn gebaseerd op een systeem waarbij enerzijds onvoldoende cijfers bij de examenvakkenverliespunten opleveren en anderzijds compensatie kan plaats vinden. Is het gemiddelde cijfer van de niet-examenvakken 7,0 of hoger dan is punt 4 aan de orde (zie hieronder). In alle andere gevallen wordt de leerling door de docentenvergadering besproken. Bij het behalen van de voor de leerweg benodigde score in het competentieprofiel kan de leerling alsnog worden bevorderd. Het besluit tot bevordering of afwijzing wordt genomen bij een eenvoudige meerderheid van stemmen van de bij de vergadering aanwezige docenten. Indien een leerling naar een ander niveau wil, kan of moet, dan is hiervoor altijd een bindende uitspraak nodig van de docentenvergadering. Aangezien elke leerling anders is, worden hiervoor geen harde criteria vastgesteld. In de regel geldt voor niveauverhoging de voorwaarde van een cijfer van 7,5 gemiddeld voor de examenvakken, wil de overgang kans van slagen hebben. Daarnaast dient het competentieprofiel van de leerling overeen te komen met dat van de betreffende leerweg. Bij onvoldoende resultaat in de gevolgde leerweg is niveauverlaging bespreekbaar. Ingeval van organisatorische belemmeringen kan de directeur een veto uitspreken.

Het is niet toegestaan dat een leerling:
• in eenzelfde leerjaar gedurende meer dan twee schooljaren onderwijs volgt;
• in eenzelfde leerjaar in twee of meer schooltypen, afdelingen of leerwegen gedurende meer dan drie schooljaren onderwijs volgt;
• in twee opvolgende leerjaren van een schooltype, afdeling of leerweg gedurende meer dan drie schooljaren onderwijs volgt.
Onder ’eenzelfde leerjaar’ of ’twee opvolgende leerjaren’ worden ook verstaan het jaar of de jaren, waarin de leerling binnen een gelijksoortige school, schooltype, afdeling of leerweg onderwijs heeft gevolgd. In sterke uitzonderingsgevallen kan er anders worden besloten.

Overgangsnormen van leerjaar 1 en 2
Voor de klassen 1 en 2 geldt:
1. 0 onvoldoendes in de examenvakken.
2. 1 x 5 en de rest hoger in de examenvakken.
3. 2 x 5 of 1 x 4 in de examenvakken mits er ook 1 x 7 in een examenvak is.
4. 1 x 5 en 1 x 4 of 3 x 5 in de examenvakken mits er 2 x 7 voor examenvakken in de lijst voorkomt.

In alle gevallen dienen de competentieprofielen van de leerlingen overeen te komen met die van de betreffende leerweg. Voldoet een leerling aan het gewenste profiel, dan kan de docentenvergadering besluiten een leerling te plaatsen in een volgend leerjaar van de betreffende leerweg. Daarnaast kan de docentenvergadering adviseren om een leerling te plaatsen in een volgend leerjaar van een andere leerweg. In alle andere gevallen is een leerling niet bevorderd. De ouders worden hiervan op de hoogte gebracht door middel van de rapportage aan het einde van het schooljaar.

Overgangsnormen vanuit klas 3

Vanuit mavo 3 naar mavo 4, als de leerling voldoet aan de volgende normen:
a. minimaal 44,0 punten in de 8 gevolgde examenvakken.
b. maximaal 4 x 5 of 2 x 5 en 1 x 4 of 2 x 4 of 1 x 5 en 1 x 3.
c. in de te kiezen eindexamenvakken voor klas 4 mag
    - 1 x 5 voorkomen, als de andere vakken 6 of hoger zijn, of
    - 1 x 4 of 2 x 5, als de andere vakken 6 of hoger zijn en ten minste één vak 7 of hoger is.
d. regel c is ook van toepassing op het beroepsgerichte vak als er sprake is van een ’gemengd’ eindexamenpakket.

Opmerkingen:
1. CKV en lo worden geregeld in het PTA (programma van toetsing en afsluiting) en zijn niet opgenomen in de overgangsnormen.
2. Voor levo geldt dat dit moet worden afgevinkt met een voldoende of goed. Bij een onvoldoende kan de leerling niet rechtstreeks worden bevorderd, de  
     docentenvergadering kan besluiten, na vervangende opdrachten of aanvullende taken, de leerling te plaatsen in het volgend leerjaar.

Vanuit vmbo 3 gemengde leerweg naar vmbo 4 gl, als de leerling voldoet aan de volgende normen:
a. minimaal 44 punten in de 8 gekozen examenvakken; minimaal 50 punten in de 9 gekozen examenvakken.
b. maximaal 4 x 5 of 2 x 5 en 1 x 4 of 2 x 4 of 1 x 5 en 1 x 3.
c. in de te kiezen examenvakken mag 1 x 5 voorkomen, als de andere vakken 6 of hoger zijn, of
    - 1 x 4 of 2 x 5, als de andere vakken 6 of hoger zijn.
Ten minste één vak dient 7 of hoger te zijn, in de twee sectorvakken mag maximaal 1 x 5 voorkomen, het andere sectorvak dient 6 of hoger te zijn.

Opmerkingen:
1. voor levo en lo geldt: bij een gemiddelde van 5 of minder voor deze vakken wordt één punt van het totale puntenaantal van de 8 of 9 vakken afgetrokken.
    Bij een gemiddelde van 7 of meer wordt één punt bij het totale puntenaantal opgeteld.
2. CKV wordt geregeld in het PTA (programma van toetsing en afsluiting) en is niet opgenomen in de overgangsnormen.

Vanuit vmbo 3 kaderberoeps- of basisberoepsgerichte leerweg:
Bij bevordering naar vmbo 4 kaderberoepsgerichte leerweg of basisberoepsgerichte leerweg wordt het beroepsgerichte vak buiten de normering gehouden. Door de doorlopende leerweg is het niet mogelijk dit vak in twee gedeelten te splitsen. Leerlingen hebben via magister een overzicht van hun vorderingen met een
duidelijk beeld van hun voorsprong of achterstand. Daarnaast werken zij volgens een modulair systeem, waarbij hun resultaten afhangen van het voldoende afsluiten van de modulen.

Voor de overige examenvakken dient de leerling aan de volgende normen te voldoen:
a. minimaal 29 punten in de 5 gekozen examenvakken (incl. maatschappijleer).
b. maximaal 2 x 5 of 1 x 5 en 1 x 4 of 1 x 3 waarbij tenminste één vak een 7 of hoger dient te zijn.

Opmerkingen:
1. CKV en lo worden geregeld in het PTA (programma van toetsing en afsluiting) en zijn niet opgenomen in de overgangsnormen.
2. Voor levo geldt dat dit moet worden afgevinkt met een voldoende of goed. Bij een onvoldoende kan de leerling niet rechtstreeks worden bevorderd. De
     docentenvergadering kan besluiten, na vervangende opdrachten of aanvullende taken, de leerling te plaatsen in het volgend leerjaar.